Het college kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.18 van de APV verlenen voor het innemen van een incidentele standplaats gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken of 6 losse dagen per kalenderjaar.
Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast kan het aantal standplaatsen gelimiteerd worden. Een vergunning voor een incidentele standplaats is afhankelijk van de beschikbare ruimte.
Bij een incidentele standplaats wordt de locatie, alsmede het object waarmee de standplaats wordt ingenomen getoetst op overlast en veiligheid. Het belangrijkste aandachtspunt hierbij is het verkeersaspect. Daarnaast wordt er getoetst of er geen andere activiteiten, zoals de markt of evenementen, plaatsvinden op de aangevraagde locatie voor de incidentele standplaats.
Het college behoudt zich het recht voor om de aanvraag op zijn merites te beoordelen.
Incidentele standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden.
De procedure om in aanmerking te komen voor een incidentele standplaatsvergunning is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze nadere regels.
Hoofdstuk 4
Artikel 5