**1..** Individuele jeugdhulpvoorzieningen dienen aan de kwaliteitscriteria van hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en artikel 5.1.1 Besluit Jeugdwet te voldoen.
**2..** Individuele jeugdhulpvoorzieningen dienen te worden ingezet conform de gepubliceerde richtlijnen jeugdhulp op https://richtlijnenjeugdhulp.nl/.
**3..** Indien de individuele jeugdhulpvoorziening niet is vermeld in de richtlijnen jeugdhulp dient de hulp genoemd te zijn in de databank effectieve jeugdhulp, zoals gepubliceerd door het NJI en te vinden op https://www.nji.nl/interventies.
**4..** Indien niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in de voorgaande leden 2 en 3, kan een Individuele jeugdhulpvoorziening alleen worden ingezet op basis van evidence informed standpunt van de jeugdhulpverlener waarbij tenminste een gedragswetenschapper instemming geeft.
**5..** Alternatief aanbod, waarvan de effectiviteit niet onomstotelijk is vastgesteld kan alleen ingezet worden als een GGZ-hoofdbehandelaar hiertoe besluit en het alternatieve aanbod onderdeel is van een breder hulptraject of als hiervoor nadrukkelijke toestemming is van het CJG.
**6..** Interventies waarbij in de NJI-databank is vermeld dat zij niet effectief zijn mogen niet worden ingezet.
**7..** Bij beschikbaarheid van meerder aanbod dient de goedkoopste, passende en tijdig beschikbare voorziening te worden gekozen.
Artikel 5
Voorwaarden voor individuele voorzieningen (artikel 3.4 verordening)
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025