Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.2

Woonkostentoeslag bij eigen woning

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Ommen

Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als: het om een woning gaat waarvoor de inwoner huurtoeslag zou kunnen krijgen als die woning gehuurd was, los van de hoogte van de huur, en als de woonkosten hoger zijn dan de basishuur die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op huurtoeslag. De basishuur is een drempelbedrag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt. De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 4.4.1.2. De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld: de kosten van de hypotheekrente, na aftrek van de teruggaaf Inkomstenbelasting voor die kosten), en de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering en onroerende zaakbelasting. De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. De inwoner is in die periode verplicht om: te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en als woningzoekende ingeschreven te staan bij Vechtdal Wonen; en een urgentieverklaring voor verhuizing bij de gemeente aan te vragen. De woonkostentoeslag kan met maximaal 6 maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is. De woonkostentoeslag is een maandelijks bedrag ‘om niet’ (als gift). Het inkomen van de inwoner boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt volledig meegeteld als draagkracht. Het vermogen boven de vermogensvrijlating telt volledig mee bij het berekenen van de woonkostentoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel