Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk X

Artikel 30

Artikel 30

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Promen

1.. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op met de daarbij behorende toelichting. 2.. De ontwerpbegroting wordt twaalf weken, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toegezonden aan de raden. Elk deelnemend college draagt ervoor zorg dat de ontwerpbegroting voor eenieder ter inzage wordt gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemend college voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage op basis van te werk te stellen personen. 7.. Voor de berekening van de in het zesde lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van: het feitelijk aantal volgens de administratie van Promen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening te werk gestelde personen woonachtig in de deelnemende gemeente; de meeste recente door het algemeen bestuur bij rekening vastgestelde of bij begroting geraamde bijdrage per te werk te stellen persoon, gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen tussen het komend dienstjaar en het betreffende dienstjaar. De bijdrage wordt gebaseerd op de geraamde integrale kostprijs van de volledige activiteiten van Promen over dat jaar. 8.. De deelnemende colleges betalen de in het zesde lid bedoelde bijdrage bij wijze van voorschot. Het algemeen bestuur kan bepalen dat de bevoorschotting in deeltermijnen plaatsvindt, waarbij de deeltermijnen zodanig worden vastgesteld dat voldoende liquiditeit van Promen te allen tijde is gewaarborgd. 9.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 1 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 10.. Terstond na de vaststelling en voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen wordt de begroting door het dagelijks bestuur toegezonden aan gedeputeerde staten en door het algemeen bestuur aan de raden van de deelnemende colleges die elk het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van Promen geraamde bedrag, in de gemeentebegroting opnemen. 11.. Met betrekking tot wijziging van de begroting is het bepaalde in de voorgaande leden – behalve het negende lid en de zienswijze-termijn van twaalf weken, deze termijn wordt acht weken bij begrotingswijzigingen– van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 12.. Van het bepaalde in het voorgaande lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die: geen wijziging inhouden van de gemeentelijke bijdrage bedoeld in lid 3; geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid, zoals vastgelegd in begroting en ondernemingsplan. 13.. Af- en overschrijving op posten van de begroting zonder begrotingswijziging is mogelijk, wanneer hiertoe bij een – waar vereist door Gedeputeerde Staten goedgekeurd – besluit van het algemeen bestuur machtiging is verleend, mits af- en overschrijvingen geen negatief effect hebben op het exploitatiesaldo.

Rechtspraak bij dit artikel