Het doel van deze regeling is de controlerende en kaderstellende rol van de raad bij risicovolle projecten te versterken, door:
bij de start van het project de kaders gestructureerd vast te stellen;
tijdens de uitvoering van een risicovol project risico’s en gewijzigde omstandigheden ten aanzien van de kaders tijdig te kunnen signaleren (om bij te kunnen sturen), en
het verloop en de uitvoering van de projecten te monitoren en op basis daarvan, waar nodig, de dialoog over sturing en beheersing ervan met burgemeester en wethouders te voeren en bij te sturen door een wijziging van de kaders vast te stellen.