Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Intrekking en vervallen vast-standplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening Land van Cuijk 2025

1.. Burgemeester en wethouders of de bevoegde marktorganisatie trekken een vaste-standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; Twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend zie artikel 12. 2.. Burgemeester en wethouders of de bevoegde marktorganisatie kunnen een vaste-stand-plaats-vergunning intrekken als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; als van de vergunning gedurende ten minste zes weken geen gebruik is gemaakt als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd 3.. In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt. 4.. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 14 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk dertig minuten na aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag, tenzij hij de vertraging binnen voornoemde tijd met geldige reden heeft medegedeeld aan de marktcommissie van de betreffende markt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel