**1..** In geval van een aanvraag om een vergunning of wijziging van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en 30a van de Alcoholwet, de artikelen 4, eerste en tweede lid en 15, eerste lid van de Verordening horeca gemeente Utrecht betreffende een exploitatievergunning horeca, artikel 2, eerste lid van de Verordening op de speelautomatenhallen betreffende een vergunning voor een speelautomatenhal, artikel 3:4, eerste lid van de APV, betreffende een vergunning voor een seks- en escortbedrijf zal het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek starten indien:
sprake is van nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf, of
sprake is van een overname of wijziging van een exploitant, of
vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van betrokkene of zijn huidige, potentiële of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob of over de organisatiestructuur of wijze van financiering op grond van:
eigen ambtelijke informatie, of
informatie verkregen van het LBB/uit het Bibob-register, of
informatie afkomstig van een van de partners uit het RIEC, of
vanuit het OM, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob verkregen Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, of
overige signalen.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van paracommerciële instellingen en slijterijen alleen een Bibob-onderzoek starten, indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub c van deze beleidsregel.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Horeca, speelautomatenhallen, seksbedrijven en escortbedrijven
Onderdeel van Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Utrecht