In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 7 van de Wet Bibob, een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, anders dan de situaties bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van deze beleidsregel, en in geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet, zal het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek starten indien op grond van:
eigen ambtelijke informatie, of
informatie verkregen van het LBB/uit het Bibob-register, of
informatie afkomstig van een van de partners uit het RIEC, of
vanuit het OM, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, of
overige signalen
vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van betrokkene of zijn huidige, potentiële of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob of over de organisatiestructuur of wijze van financiering.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
(Overige) vergunningen als bedoeld in artikel 7 van de Wet Bibob en vergunningen op grond van de Huisvestingswet
Onderdeel van Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Utrecht