Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Vastgoedtransacties screening vooraf

Onderdeel van Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Utrecht

1.. De gemeente zal een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, of informatie verkregen van het LBB/uit het Bibob-register, of informatie afkomstig van een van de partners uit het RIEC, of vanuit het OM, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob verkregen Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, of overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van betrokkene of zijn huidige, potentiële of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob of over de organisatiestructuur of wijze van financiering. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zal de gemeente een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, indien de onroerende zaak waarop de vastgoedtransactie betrekking heeft, zal worden gebruikt in één van de volgende sectoren: afvalverwerkingsbedrijven; autobranche, zoals autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage; belwinkels; fitnesscentra; horecabedrijven; inrichtingen waarin artikelen en hulpmiddelen voor het gebruik van drugs te koop worden aangeboden, zoals headshops; inrichtingen waarin middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet te koop worden aangeboden, zoals coffeeshops; inrichtingen waarin psychoactieve substanties, waaronder niet traditionele genotsmiddelen op natuurlijke basis, te koop worden aangeboden, zoals smartshops; religieuze instellingen; seksbedrijven en escortbedrijven; speelautomatenhallen; woonruimte voor arbeidsmigranten; woonwagenterreinen; wellnessbranche, zoals massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s; zorgorganisaties. 3.. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, zal de gemeente een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, indien de onroerende zaak waarop de vastgoedtransactie betrekking heeft, is gelegen aan de Amsterdamsestraatweg of op bedrijventerrein Nieuw Overvecht. 4.. Onverminderd het bepaalde in de eerste drie leden, zal de gemeente een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, indien het bedrijf dat betrokken is bij de vastgoedtransactie op grond van artikel 2:47 van de APV vergunningplichtig is. 5.. De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie, indien: de vastgoedtransactie betrekking heeft op een beeldbepalende onroerende zaak of op een onroerende zaak die naar het oordeel van de gemeente symbolische waarde heeft; de onroerende zaak waarop de vastgoedtransactie betrekking heeft gelegen is in een door het college vastgesteld aandachtsgebied. 6.. Indien is besloten tot het starten van een Bibob-onderzoek, komt er geen overeenkomst tot stand totdat het Bibob-onderzoek volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen. 7.. De gemeente ziet in beginsel af van het uitvoeren van een Bibob-onderzoek wanneer: de vastgoedtransactie een verkrijging van registergoederen door de gemeente betreft; de vastgoedtransactie wordt aangegaan met rechtspersonen met een overheidstaak, semi-overheidsinstanties of een op grond van artikel 19 Woningwet toegelaten instelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel