Met de invoering van de Omgevingswet is een nieuw instrument geïntroduceerd waarmee eigenaren van onroerende zaken hun eigendommen kunnen ruilen: stedelijke kavelruil. Dit instrument kan nuttig zijn in situaties waarin stedelijke gebiedsontwikkeling stagneert door versnipperde eigendomsposities. Het uitgangspunt is dat minimaal drie partijen op vrijwillige basis bereid moeten zijn hun onroerende zaken onderling te ruilen. Hiervoor sluiten de partijen een kavelruilovereenkomst, waarin diverse koop- of ruilovereenkomsten en transacties kunnen worden opgenomen. In de overeenkomst wordt vastgelegd welke onroerende zaken worden samengevoegd en hoe de eigendommen worden herverdeeld. De nieuwe verdeling wordt vervolgens ingeschreven in de openbare registers.
De doelstellingen van stedelijke kavelruil zijn:
Eigenaren in staat stellen hun woon-, werk- en leefomgeving zelf in te richten.
Het ruilen van grond en gebouwen vergemakkelijken en versnellen.
Overheden ruimere mogelijkheden bieden om een faciliterend grondbeleid te voeren.
Een voordeel van een kavelruilovereenkomst is dat deze, na inschrijving in de openbare registers, zakelijke werking heeft. Dit beschermt partijen tegen de overdracht van een kavel aan een derde door een van de deelnemende partijen voordat de akte bij de notaris is gepasseerd. Daarnaast biedt het bescherming tegen de situatie waarbij achteraf blijkt dat een of meer van de partijen bij de overeenkomst geen eigenaar waren.
Een groot nadeel van stedelijke kavelruil is de vrijblijvendheid en het feit dat samenwerking niet publiekrechtelijk kan worden afgedwongen. Naar verwachting zal dit instrument in de praktijk weinig worden toegepast, en biedt het helemaal in Uithoorn op voorhand weinig mogelijkheden.