De gemeente werkt mee aan realisatie van pré-mantelzorgwoningen, mits deze voldoen aan de onderstaande voorwaarden en verdere, op dat moment geldende, wetgeving. Medewerking is mogelijk met een tijdelijke omgevingsvergunning. Dit kan vergund worden met een buitenplanse omgevingsvergunning (BOPA). De exacte procedure is afhankelijk van het initiatief. Voor medewerking dient het initiatief te voldoen aan de volgende voorwaarden:
Er moet sprake zijn van pré-mantelzorg. Er bestaat een sociale relatie tussen de hoofdbewoner en bewoner(s) van de pré-mantelzorgwoning en de mantelzorger heeft de intentie om daadwerkelijk (in de toekomst) zorg te dragen voor de mantelzorgvrager.
De pré-mantelzorgwoning of de bestaande woning moet geschikt zijn – en gebruikt worden – voor (pré-)mantelzorg. Dit betekent dat de woning levensloopbestendig moet zijn;
De pré-mantelzorgwoning bevindt zich binnen het bouwvlak van de woning. Bij afwijking hiervan dient aangetoond te worden dat er geen andere, reële mogelijkheden zijn voor realisering van een pré-mantelzorgwoning;
De aanvrager dient aan te tonen dat voldaan wordt aan de geldende parkeernormen.
Bij nieuwe bebouwing dient hemelwaterinfiltratie plaats te vinden op eigen terrein via een voorziening met voldoende capaciteit.
De bewoners worden op het adres van de pré-mantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
Wanneer de (pré-)mantelzorg eindigt (door overlijden, verhuizen of een andere reden), dient dit binnen twee maanden schriftelijk kenbaar gemaakt te worden bij de gemeente. Het bewonen van een (afzonderlijke) (pré-)mantelzorgwoning na het eindigen van de (pré-)mantelzorg is dan niet meer toegestaan. Een verplaatsbare unit dient binnen vier maanden na het eindigen van de (pré-)mantelzorg te worden verwijderd. De gemeente heeft het recht om handhavend op te treden.