Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Hoogte van de individuele bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek en wijze van uitbetaling

Onderdeel van Beleidsregels alleenverdienersproblematiek gemeente Pekela

1.. De hoogte van de individuele bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt bepaald op: voor het toeslagenjaar 2022: het bedrag aan zorg- en/of huurtoeslag wat de Belastingdienst-Toeslagen van het huishouden terugvordert of verrekent ten gevolge van deze problematiek. voor de toeslagenjaren 2023 en 2024: het verschil tussen het bedrag aan huur -en zorgtoeslag waarop een huishouden met uitsluitend algemene periodieke bijstand in een toeslagenjaar recht heeft uitgaande van de huurlasten op 1 juli 2023, respectievelijk 1 juli 2024, en het bedrag aan huur -en zorgtoeslag waarop het huishouden volgens de beschikking van de Belastingdienst-Toeslagen recht heeft. Het recht op bijzondere bijstand wordt beoordeeld op basis van: Toeslagenjaar 2023: definitieve beschikking Belastingdienst-Toeslagen over het jaar 2023, Toeslagenjaar 2024: voorlopige of definitieve beschikking Belastingdienst-Toeslagen over het jaar 2024. 2.. Voor de berekening van het recht op bijzondere bijstand als bedoeld in lid 1 onder b wordt gebruik gemaakt van de Proefberekening Belastingdienst – Toeslagen. Bij de te maken vergelijking tussen de aan aanvrager feitelijk toegekende huur -en zorgtoeslag met die van een huishouden dat in een toeslagenjaar uitsluitend algemene periodieke bijstand (heeft) ontvang(t)en, wordt bij de uitvraag van het toetsingsinkomen in de proefberekening uitgegaan van het toetsingsinkomen voor een vergelijkbaar bijstandshuishouden. Als er in een toetsingsjaar sprake is van thuiswonende kinderen en/of medebewoners wordt uitgegaan van het belastbaar Pw-inkomen rekening houdend met de kostendelersnorm zoals bedoeld in artikel 22a Pw. 3.. De bijzondere bijstand waarop recht bestaat wordt per toeslagenjaar als één bedrag toegekend en uitgekeerd. 4.. Bij toepassing van artikel 4 vierde lid, wordt de bijzondere bijstand waarop beide ex-fiscaal partners in dat betreffende toeslagenjaar gezamenlijk recht hebben voor 50% uitbetaald aan ieder van hen. 5.. Vanaf 2025 wordt de regeling ambtshalve uitgevoerd conform de gewijzigde participatiewet. Een forfaitair bedrag wordt uitgekeerd aan de huishoudens die worden aangeleverd door de belastingdienst. 5a. Vanaf 2025 wordt bij zelfmelders aansluiting gezocht bij de vermogensgrens die gehanteerd wordt door de dienst toeslagen. De vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend. 5b. Vanaf 2025 wordt net als over 2022, 2023 en 2024 geen draagkracht berekend. 5c. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel