In dit statuut wordt verstaan onder:
- Basispunt
Een honderdste van een procent (0,01%).
- Belegging
Het uitzetten van eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar.
- Deposito
Het creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door het openbaar lichaam niet vrij beschikt kan worden.
- Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde, zoals aandelen, leningen en obligaties. Belangrijke derivaten zijn: opties, futures en swaps. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
- Drempelbedrag
Het bedrag van de overtollige middelen dat buiten de schatkist gehouden mag worden.
- Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
- Financieringsplanning
Een langjarige prognose van in- en uitgaande geldstromen.
- Garantie
Een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt een of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.
- Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
- Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
- Intradaglimiet
Het maximale bedrag dat de gemeente per dag van de werkrekening schatkistbankieren ten laste van de rekening-courant bij de schatkist kan opnemen.
- Kasgeldlening
Opname of uitzetting van geldmiddelen voor korte termijn (van 1 week tot 12 maanden).
- Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een door de Wet fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een looptijd van minder dan een jaar.
- Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
- Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.
- Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
- Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid met als doel de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden.
- Liquiditeitspositie
Het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen.
- Medium Term Note
Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening, uitgegeven door een overheid.
- Near banking
Het is decentrale overheden verboden om te lenen met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten (near banking). Dit verbod is expliciet opgenomen in artikel 2a, eerste lid, van de Ruddo.
- Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
- Netto-vlottende schuld
Het bedrag van de vlottende schuld, verminderd met het gezamenlijke bedrag van de contante gelden in kas, de tegoeden in rekening-courant en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar.
- Onderhandse leningen
Leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij wordt vastgesteld.
- Prudent
Zorgvuldigheid en behoedzaamheid van optreden bij het uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten, tot uitdrukking komend in een voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico van de uitzetting, derivaten daaronder begrepen.
- Publieke taak
Gemeenten bepalen in principe zelf wat onder de publieke taak moet worden verstaan. Voor de bepaling van wat onder de publieke taak valt kan de volgende beschrijving gebruikt worden: De overheid kan/mag iets tot haar publieke taak rekenen wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in een voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is.
- Rating
Kredietwaardigheid van financiële instellingen, zoals beoordeeld door tenminste een van de drie gezaghebbende rating agencies: Fitch Ratings, Moody’s en Standard & Poor’s. De kwalificatie Triple A (AAA) wil zeggen dat de kredietwaardigheid van een bedrijf of land van het hoogste niveau is.
- Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
- Renterisiconorm
Het maximumbedrag conform de Wet fido waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen als gevolg van aflossing en renteherziening van de vaste schuld.
- Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
- Rentevisie
Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling. De visie van de gemeente Krimpenerwaard is gelijk aan die van de gemeentelijke huisbankier, de BNG Bank of andere Nederlandse grootbanken, zoals ABN Amro, ING Bank, NWB Bank en Rabobank.
- Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen.
- Schatkistbankieren
Het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën.
- Solvabiliteit
De mate waarin de organisatie op lange termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Het betreft het eigen vermogen versus het totaal vermogen.
- Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
- Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.
- Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities.
- Vaste schuld
Schuldtitels met een looptijd van minimaal één jaar en één dag.
- Vlottende schuld
Schuldtitels met een looptijd van maximaal één jaar.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 1.
Artikel 1.
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Krimpenerwaard 2025