Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:
Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te beperken en het renteresultaat gunstig te beïnvloeden;
Toegestane instrumenten voor kortlopende financieringen zijn kredieten in rekening-courant en daggeld- en kasgeldleningen bij banken. De gemeente mag conform artikel 2 lid 3 van de Wet fido ook kortlopende financieringen aantrekken van andere decentrale overheden, behalve als er tussen de betreffende decentrale overheden een toezichtrelatie bestaat. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van langlopende financieringen zijn onderhandse leningen;
De gemeente ontvangt offertes van minimaal twee instellingen alvorens een langlopende financiering wordt aangetrokken. De offertes worden door de gemeente vastgelegd;
Het aantrekken van financieringen met het oogmerk deze winstgevend weg te zetten is niet toegestaan.
Zo spoedig mogelijk na het afsluiten van een langlopende geldlening wordt het College van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad daarvan in kennis gesteld.
Beperkingen ten aanzien van de omvang van gemeentelijke financiering:
Er worden geen financieringen aangetrokken ter financiering van reguliere gemeentelijke exploitatie-uitgaven.
De omvang van de opgenomen leningenportefeuille is te allen tijde kleiner dan de (geprognosticeerde) balanswaarde van de materiële vaste activa en de verkoopbare financiële vaste activa.
In principe bedragen de rentelasten van de opgenomen langlopende leningenportefeuille niet meer dan 5% van het begrotingstotaal.
Het financieren van de gemeentelijke uitgaven geschiedt op basis van totaalfinanciering.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 7.
Artikel 7.
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Krimpenerwaard 2025