**1..** De ouder die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als aanvulling op de kinderopvangtoeslag, wordt als volgt aangemerkt:
Een ouder met een uitkering op grond van de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), die een gemeentelijk traject gericht op arbeidsinschakeling volgt, als bedoeld in artikel 1.6 lid c van de Wet kinderopvang en die kosten voor kinderopvang maakt.
Een ouder met een uitkering op grond van de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), die een verplichte inburgeringscursus op grond van artikel 3 van de Wet inburgering 2021 volgt en die kosten voor kinderopvang maakt.
Een ouder die is ingeschreven bij een school of onderwijsinstelling als bedoeld in paragraaf 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000, die een inkomen heeft dat niet hoger is dan het sociaal minimum.
**2..** In aanvulling op het eerste lid is vereist dat de ouder gebruikmaakt van een geregistreerde kinderopvang of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang.