Het is verboden om:
stoffen uit een schip te laten ontsnappen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan;
een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud is of in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeert af te meren, dan wel afgemeerd te houden;
met een vaartuig in de havens te zeilen;
aggregaten en generatoren te gebruiken;
met draaiende schroef of schroeven afgemeerd te liggen;
werkzaamheden zoals onderhoud, verbouwing, restauratie en slopen van een vaartuig in het havengebied zuid uit te voeren met uitzondering van noodreparaties en dagelijks klein onderhoud;
met een vaartuig in de haven te varen met een grotere snelheid dan 6 kilometer per uur;
met een zodanige snelheid te varen dat door golfslag of zuiging schade kan worden toegebracht aan derden of eigendommen van derden;
in de havens te dreggen en magneetvissen, naar voorwerpen te zoeken of daaruit voorwerpen te halen;
veranderingen en voorzieningen aan te brengen in de havens en op en aan havenvoorzieningen;
vaartuigen te gebruiken die niet op eigen kracht kunnen varen, tenzij aangedreven door een motor of spierkracht;
vaartuigen zoals kano’s, sup boards, surfplanken en opblaasboten onbeheerd in het water of in andere openbare ruimte achter te laten of te stallen;
met een vaartuig ligplaats in te nemen of te hebben in rietkragen, anders dan voor het uitvoeren van beheers- en onderhoudswerkzaamheden aan deze rietkragen door bedrijfsvaartuigen.
Artikel 6.6
Overige verbodsbepalingen tegen hinder
Onderdeel van Regeling Openbaar water en waterstaatswerken Harderwijk 2024