Deze regeling kan alleen worden opgeheven, als dit door een wijziging van artikel 8 Wet veiligheidsregio’s in combinatie met artikel 14 van de Wpg mogelijk wordt. Opheffing vindt in dat geval plaats via daartoe strekkende besluiten van tenminste twee derde van de Gemeenten, die samen tenminste twee derde van het aantal inwoners van de Gemeenten vertegenwoordigen.
Ingeval van opheffing van deze regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan wordt door het Algemeen bestuur, nadat de Raden van de Gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.
Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.
Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de Gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van GGD Drenthe.
Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de beëindiging heeft voor de door GGD Drenthe en haar organen gevormde archieven.
Het Dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
Het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de bijbehorende vereffening naar de Gemeenten (inclusief accountantsverklaring) wordt door het Algemeen bestuur op voordracht van het Dagelijks bestuur vastgesteld.
De organen van GGD Drenthe blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.