Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 31

Kaders en begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling SamenDrenthe

Het Dagelijks bestuur maakt elk jaar op voorstel van de Algemeen directeur een ontwerpbegroting voor het komend Dienstjaar en een meerjarenraming, voorzien van de nodige toelichting en specificaties. Het Dagelijks bestuur stuurt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de Raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting vermeldt de door elke gemeente verschuldigde bijdragen voor het begrotingsjaar. Voor zover de bijdragen opgenomen in de ontwerpbegroting worden berekend aan de hand van de inwoneraantallen van de gemeenten, wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is. De Gemeenten betalen de verschuldigde bijdrage in vier gelijke termen vooraf. Bij te late betaling zijn de Gemeenten wettelijke rente verschuldigd. Het Dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting, inclusief de meerjarenraming en een raming van de door de Gemeenten verschuldigde inwonerbijdrage, ten minste twaalf weken voordat deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de Raden van de Gemeenten. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de Gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. De Raden van de Gemeenten kunnen bij het Dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks bestuur stelt de Raden van de Gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting in kennis van zijn oordeel over de zienwijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het Algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Nadat deze is vastgesteld, stuurt het Algemeen bestuur de begroting aan de Raden van de Gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. De Raden sturen een kopie van die zienswijze aan het Dagelijks bestuur. Het Dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar uiterlijk vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Het bepaalde in het vierde, zesde en achtste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting voor zover dit gevolgen heeft voor de door Gemeenten verschuldigde bijdrage als bedoeld in het derde lid.

Rechtspraak bij dit artikel