Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV:

Artikel 17

– Kaderbrief en begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper

1.. Het bestuur stelt in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders op door middel van een kaderbrief. Deze kaders bevatten in ieder geval een indicatie van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie voor het begrotingsjaar. 2.. De kaderbrief wordt jaarlijks uiterlijk 15 januari naar de raden van de deelnemers gestuurd. 3.. De raden worden in de gelegenheid gesteld binnen 12 weken na ontvangst van de kaderbrief bij het bestuur hun zienswijze over de kaderbrief naar voren te brengen. Het bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting. 4.. Het bestuur stuurt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 15 april en minimaal twaalf weken voordat zij aan het bestuur ter vaststelling wordt aangeboden toe aan de raden. Het bestuur stuurt met de ontwerpbegroting ook de voorlopige jaarrekening aan de raden. 5.. De raden van de deelnemers worden in de gelegenheid gesteld bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren te brengen. Het bestuur verwerkt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat in de begroting. 6.. Het bestuur stelt jaarlijks uiterlijk 15 juli van het jaar, voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor zij geldt, een begroting van inkomsten en uitgaven van de bedrijfsvoeringsorganisatie vast. 7.. Het bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat jaar waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten door. 8.. Na de vaststelling stuurt het bestuur de begroting ter kennisname aan de raden van de deelnemers. 9.. De begroting kan zo nodig in de loop van het kalenderjaar worden gewijzigd. 10.. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, wanneer de wijziging leidt tot een verhoging van de totale bijdrage van de deelnemers met meer dan € 50.000,00.

Rechtspraak bij dit artikel