Naar hoofdinhoud
1.. De boete wordt alleen opgelegd als de overtreder vooraf is geïnformeerd over het risico van oplegging van een bestuurlijke boete bij het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de Wet BRP. 2.. Per geconstateerde overtreding kan slechts één boete worden opgelegd. 3.. Een boete wordt binnen 3 jaar nadat het college de overtreding heeft geconstateerd, opgelegd. Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. 4.. De boete wordt opgelegd aan de overtreder. 5.. In geval de verplichtingen als bedoeld in de Wet BRP moeten worden vervuld door anderen dan de ingeschrevene of aangifteplichtige zelf, wordt de boete opgelegd aan degenen op wie de verplichting ingevolge de wet rust. 6.. Het college legt geen boete op als de overtreder is overleden. 7.. Als de overtreder voor inning van de opgelegde boete komt te overlijden, vervalt deze op de datum van overlijden. 8.. Een onherroepelijke boete vervalt voor zover zij op het tijdstip van overlijden nog niet is betaald. 9.. Bij het opleggen van een boete worden deze beleidsregels in acht genomen.

Rechtspraak bij dit artikel