Naar hoofdinhoud
1.. Indien een tot aangifte verplicht persoon een valse of vervalste aangifte doet is er sprake van een overtreding van verplichting als bedoeld in artikelen 2.38, 2.39, 2.43, 2.45 en 2.47 van de Wet BRP. 2.. De overtreding in de zin van het eerste lid is ook op te vatten als valsheid in geschrifte in de zin van artikel 225 en overige van hierop van toepassing zijnde artikelen van het Wetboek van Strafrecht. 3.. Namens het college wordt door de toezichthouder in geval van overtreding van het bepaalde in het eerste lid aangifte gedaan van valsheid in geschrifte bij de politie. Indien er sprake is van valsheid in geschrifte kan niet direct een bestuurlijke boete worden opgelegd. Conform artikel 5:44 Algemene Wet bestuursrecht wordt de overtreding eerst aan het Openbaar Ministerie voorgelegd. Afhankelijk van de reactie van het Openbaar Ministerie kan alsnog een bestuurlijke boete worden opgelegd. 4.. Een boete wordt niet opgelegd, als de overtreder strafrechtelijk wordt vervolgd voor dit feit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel