Financieringen worden enkel aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak. Het aantrekken met het oogmerk deze winstgevend weg te zetten is niet toegestaan, net zo min als het speculeren op rentestijgingen – of dalingen.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn kredieten in rekening courant, daggelden, kasgeldleningen en onderhandse leningen,
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken om het renteresultaat te optimaliseren;
Er wordt uitgegaan van het principe van totaalfinanciering en niet van projectfinanciering. Daarbij wordt gekeken naar de omvang en looptijd van de financieringsbehoefte in combinatie met de geldende rentetarieven en inachtneming van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Bij investeringen groter dan € 1.000.000 wordt de optredende financieringsbehoefte gefinancierd met langlopende lineaire geldleningen waarvan de rente typische looptijd gelijk loopt met de afschrijvingstermijn van de investering;
Bij het aantrekken van langlopende financiering worden minimaal twee offertes gevraagd, waarvan één bij de huisbankier. Als het niet mogelijk is om minimaal twee offertes te krijgen, kan is het toegestaan om financiering aan te gaan op basis van één offerte als de geoffreerde rente overeen komt met de dan geldende kapitaalmarktrente.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1 Aantrekken van vreemd vermogen
Artikel 3.1 Aantrekken van vreemd vermogen
Onderdeel van Treasurystatuut 2024 – 2029