Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportage(s) over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar. 2.. De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting op hoofdlijnen over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: de baten en de lasten per programma (mogelijk uitgesplitst naar taakvelden); het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 3.. In de tussentijdse rapportage benoemen burgemeester en wethouders de afwijkingen op de oorspronkelijke en/of actuele ramingen van de baten en lasten van programma’s groter dan € 25.000 en/of die politiek relevant zijn, en van de investeringskredieten groter dan € 50.000.

Rechtspraak bij dit artikel