Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening Garantieverlening gemeente Urk 2025

1. De aanvraag om garantieverlening wordt geweigerd indien: de aanvraag geen betrekking heeft op een activiteit als vermeld in artikel 1; de investeringen niet of niet geheel zullen plaatsvinden; de aanvraag betrekking heeft op een bestaande geldlening dan wel op herfinanciering van een bestaande geldlening waarvoor de gemeente geen garantie heeft verleend; de aanvraag geen betrekking heeft op: een lineaire of annuïtaire lening een lening met een looptijd langer dan 20 jaar een lening waarvan de rentevaste periode gelijk is aan de gehele looptijd van die lening; de aanvraag betrekking heeft op de financiering van voorzieningen waarvan de zorg voor de instandhouding tot de verantwoordelijkheid behoort van een andere (overheids)instelling; de aanvrager geen rechtspersoon is naar burgerlijk recht; de aanvrager een winstoogmerk heeft; uitzondering hierop is de kinderopvang zoals omschreven in de toelichting; een gemeentegarantie niet noodzakelijk is voor het verkrijgen van een financiering; er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds, tenzij deze voorziening garant staat voor een deel van de lening; het verzoek door een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds is afgewezen; de financiële positie van de aanvrager zodanig is dat aannemelijk is dat deze de verschuldigde rente en aflossing niet structureel kan dragen; betaling niet naar behoren zal worden voldaan, daar dit in het verleden met een eerdere garantie is gebleken en/of dat is gebleken dat de aanvrager haar financiële verplichtingen niet naar behoren nakomt; de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de garantieverlening van belang zijn; de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van betaling van rente en aflossing aan de geldverstrekker indien de geldnemer in gebreke is gebleven. Onder andere zekerheden wordt in dit verband verstaan: het betalen van (boete)rente door de gemeente over de restant schuld als gevolg van structureel betalingsverzuim van de geldnemer behoudens indien de termijn waarover de boeterente in rekening is gebracht niet meer dan 3 maanden bedraagt, gerekend vanaf de rentevervaldatum waarop het verzuim is opgetreden; het betalen van rentederving als gevolg van algehele vervroegde aflossing van de restant schuld; het betalen van incasso-, advocaat- en procureurkosten, buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen; de aanvraag hoger is dan het maximum plafond van € 350.000; er andere redenen/ feiten en/of omstandigheden zijn die naar de mening van het college een weigering rechtvaardigen. 2. Een garantieverlening op grond van deze verordening wordt geweigerd indien het weerstandsvermogen van de gemeente daarvoor niet toereikend is. 3. De aanvraag op garantieverlening kan voorts worden geweigerd in de gevallen als genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht. 4. Middels een voorhangprocedure biedt het college van burgemeester en wethouders de raad van de gemeente Urk gelegenheid tot besluitvorming over een voornemen tot garantstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel