Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 15 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.
Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning al dan niet voorwaardelijk voor bepaalde tijd intrekken of telkens voor ten hoogste vier dagen schorsen als:
de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;
van de vergunning gedurende ten minste twee opeenvolgende maanden geen gebruik is gemaakt zonder geldige opgave van redenen;
de vergunninghouder niet of niet tijdig, ook na een schriftelijke aanmaning, het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;
een of meerdere aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd, of indien deze herhaaldelijk niet worden nageleefd.
Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt.
Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag.
Artikel 16.
Intrekking, schorsing en vervallen vaste-standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening gemeente Sluis