Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger.
Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste.
Burgemeester en wethouders weigeren een dagplaatsvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.
Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager:
eerder een vaste-standplaatsvergunning had die niet langer dan een jaar geleden is ingetrokken; of
op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen niet het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Burgemeester en wethouders kunnen de aanvrager van een dagplaatsvergunning voor ten hoogste vier marktdagen uitsluiten van de markt voor de gevallen genoemd in lid 3 en 4. De maatregelen worden niet gelijktijdig toegepast.
Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.
De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen op contractbasis.