De eerste drie pijlers sluiten nauw aan op de uitgangspunten uit onze visie en integrale nota sociaal domein 2024-2040. De laatste drie pijlers geven extra richting aan de aanpak en lichten we uitgebreider toe.
1.Samenhangende aanpak
De aanpak van armoede en schulden is een opgave die verder gaat dan het sociaal domein. Hierbij werken verschillende beleidsterreinen samen, namelijk zorg, welzijn, onderwijs, wonen en financiën.
2.Samenwerking met de gemeenschap
We zetten in op goede samenwerking met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen. Via belangrijke personen in de wijken en kernen willen we meer inwoners die in armoede leven bereiken.
3.Bestaanszekerheid als basis
Gelijke kansen en bestaanszekerheid zijn belangrijk.
4.Vroeg, laagdrempelig en proactief
Het is belangrijk om op tijd te zien wanneer mensen moeite hebben met het betalen van hun rekeningen of het bijhouden van de administratie. Zo voorkomen we dat ze grote schulden opbouwen. Als mensen zijn vastgelopen en (problematische) schulden hebben, is het lastig om hieruit te komen. Zelf actie ondernemen of om hulp te vragen lukt vaak niet meer. Het kan dan helpen om mensen proactief te benaderen. Wij of andere maatschappelijke partners zetten dan de eerste stap.
Schaamte speelt ook een grote rol. Het vraagt veel moed om hierover te praten. Daarom is een goede aanpak bij het (allereerste) contact erg belangrijk. Een respectvolle benadering, vertrouwen en erkenning, positieve ondersteuning zonder oordelen, focus op eigen veerkracht en regie zijn daarbij noodzakelijk.
5.Gelijke kansen bevorderen
We stimuleren gelijke kansen en bieden hulp aan wie dat nodig heeft. Iedere inwoner verdient de kans zich maximaal te ontwikkelen. Specifiek in het geval van kinderarmoede: Ieder kind verdient een goede start en een kans op een goede toekomst. Als geldzorgen in de weg staan, helpen we om dit aan te pakken. Inwoners die moeite hebben zichzelf te redden helpen we met armoedevoorzieningen. We zetten nieuwe manieren in om mensen aan werk te helpen.
Ook bieden we (tijdelijk) zorg aan inwoners die dit nodig hebben. Met een lokaal en regionaal preventieprogramma verkleinen we gezondheidsverschillen en verbeteren we de sociaaleconomische situatie. Het onderwijskansenbeleid richt zich met voorschoolse educatie ook op kinderen in armoede.
6.Wetenschappelijke en ervaren inzichten gebruiken
De wetenschap biedt kennis over factoren die bijdragen aan (langdurige) armoede. En kennis over de vele gevolgen op gezondheid, emotioneel welzijn, samenleven en kansen. Dit geldt vooral voor de invloed die het opgroeien in armoede heeft op kinderen, jongeren en latere volwassenen. Wetenschappelijk onderzoek leverde nog geen oplossing voor armoede op. Het geeft wel handige instrumenten om oorzaken en gevolgen aan te pakken. Hiermee proberen we de oorzaken van armoede beter aan te pakken.
We willen ook voorkomen dat mensen in armoede leven. En dat armoede van generatie op generatie gaat. Al deze kennis en instrumenten kunnen we gebruiken als ze verder ontwikkeld en samengevoegd zijn. We moeten investeren in het verbinden van nieuwe (wetenschappelijke) inzichten met de praktijk. En met ervaringskennis,– al lerende, – te komen tot een vernieuwende aanpak die werkt. Dit doen we samen met landelijke platforms en kenniscentra.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Strategische pijlers
Onderdeel van Beleidsplan Armoede en schulden 2025 - 2028