De Wet op de lijkbezorging (hierna: de Wlb) stelt regels voor wat er moet gebeuren met het lichaam van een overleden persoon en over de wijze waarop lijkbezorging plaatsvindt. Als niemand zorg draagt voor de uitvaart van een overledene, dan is de burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt verantwoordelijk voor de uitvaart. Ook de daaraan verbonden kosten komen dan voor rekening van die gemeente.
Omdat ieder mens een waardig afscheid verdient, is het van belang dat de gemeente beleidsregels voor de uitvoering van deze lijkbezorging vastlegt. In de Wlb zijn geen specifieke maatregelen opgenomen over hoe een gemeente invulling moet geven aan het proces rondom de gemeentelijke lijkbezorging. Het is aan de gemeente zelf om keuzes te maken, bijvoorbeeld welke inspanningen worden verricht om nabestaanden op te sporen, op welke wijze de uitvaart wordt uitgevoerd en welke maatregelen de gemeente treft om de kosten van de uitvaart te verhalen. Deze beleidsregels voorzien hierin voor de gemeente Midden-Delfland. Hierbij wordt rekening gehouden met het bewerkstelligen van een sobere, maar respectvolle uitvaart en de wettelijke kaders die de Wlb en het erfrecht stellen.
Deze aspecten zijn uitgewerkt in de navolgende beleidsregels (samengevat in bijlage 1), die verdeeld zijn in de volgende onderdelen:
Fase 1: Van melding tot uitvaart;
Fase 2: Rondom de uitvaart;
Fase 3: Na de uitvaart.
De wettelijke grondslag voor deze beleidsregels wordt gevormd door de artikelen 20, 21 en 22 van de Wlb (bijlage 2). Waar in deze beleidsregels ‘gemeente’ staat vermeld, betreft het een bevoegdheid van de burgemeester. Gaat het om het verhalen van de kosten van de lijkbezorging, dan wordt met ‘gemeente’ het college van burgemeesters en wethouders bedoeld.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels uitvoering uitvaart op kosten van de gemeente Midden-Delfland