Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1

Cremeren, begraven of ter beschikking stellen van de wetenschap

Onderdeel van Beleidsregels uitvoering uitvaart op kosten van de gemeente Midden-Delfland

De burgemeester is verantwoordelijk voor de lijkbezorging en moet hierbij de wens van de overledene respecteren. Volgens artikel 18, lid 1 van de Wlb moet de lijkbezorging plaatsvinden volgens de (vermoedelijke) wens van de overledene, tenzij dit niet redelijk is. Wettelijk zijn alleen begraven, cremeren of ter beschikking stellen aan de wetenschap toegestaan. De overledene kan zijn keuze vastleggen in een codicil, testament of op een andere manier. Voor terbeschikkingstelling aan de wetenschap geldt dat dit alleen mag als de overledene dit uitdrukkelijk heeft vastgelegd (artikel 21, lid 1 Wlb). Beleidsregel 10: De gemeente houdt rekening met de wens van de overledene als deze tijdig bekend is en voor zover dit redelijkerwijs kan worden gevergd. Zijn er geen concrete aanwijzingen over de wens van de overledene, dan wordt in beginsel gekozen voor cremeren. Na de crematie dient de as minimaal een maand bewaard te worden (artikel 59, lid 1 Wlb). Na 6 maanden wordt de as uitgestrooid. Het uitstrooien van de as vindt in beginsel plaats op een uitstrooiveld van een van de aangewezen gemeentelijke begraafplaatsen. Melden zich in deze tijd (binnen 6 maand na crematie) nabestaanden tot en met de 2e graad, dan kan de asbus alsnog ter beschikking worden gesteld. Beleidsregel 11: Lijkbezorgingen in opdracht van de gemeente vinden in beginsel plaats in de vorm van een crematie. In afwijking van beleidsregel 11 geeft de gemeente opdracht tot begraving als: De identiteit van de overledene niet bekend is, of Er sprake is van een misdrijf, of Als een zwaarwegende geloofsovertuiging van de overledene zich tegen een crematie verzet, of Als aantoonbaar vast komt te staan dat het de wens van de overledene is om zijn lichaam te laten begraven. Beleidsregel 12: De gemeente kan in afwijking van beleidsregel 11 overgaan tot begraving in een algemeen graf op een gemeentelijke begraafplaats. Bij begraven blijft de gemeente in beginsel rechthebbende op het graf. Er is in die situatie geen mogelijkheid tot het (later) plaatsen van een grafmonument of een andersoortig gedenkteken. Het graf kan na de duur van 10 jaar geruimd worden. Ook rondom een begrafenis van gemeentewege gelden de daarop betrekking hebbende verordeningen en aanverwante regelgeving. Beleidsregel 13: Bij een begrafenis van gemeentewege op een gemeentelijke begraafplaats blijft in beginsel de gemeente rechthebbende op het graf. Het is mogelijk dat bij naspeuring of uit de administratie van de overledene blijkt dat deze een (kapitaal) uitvaartverzekering heeft afgesloten. Is dit het geval, dan vraagt de gemeente de uitvaartverzorger deze gelden, indien van toepassing, tot maximaal de hoogte van de kosten van een uitvaart op gemeentelijke kosten te innen en te verrekenen met de uitvaartfactuur. Mocht de overledene een naturaverzekering hebben dan worden de kosten voor een gemeentelijke uitvaart gedekt uit een landelijk met verzekeraars overeengekomen uitkeringsbedrag. Beleidsregel 14: De gemeente geeft de uitvaartverzorger opdracht de uitvaart op zich te nemen en te onderzoeken of er sprake is van een (kapitaal)uitvaartverzekering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel