**1..** De burgemeester kan een hond aanmerken als gevaarlijke hond, als de hond een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt, of als deze opnieuw bijt nadat er een waarschuwing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van dit protocol is opgelegd. In dat geval legt hij de eigenaar of houder van de hond een kort aanlijn- en muilkorfgebod op. In dat besluit wordt in ieder geval opgenomen dat de verplichtingen uit artikel 2:59 en 2:59a van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Midden- Delfland 2024 (hierna: de APV) moeten worden nageleefd.
**2..** Voordat de burgemeester overgaat tot het opleggen van een kort aanlijn- of muilkorfgebod, stelt hij de eigenaar of houder in de gelegenheid om hierover binnen tien kalenderdagen een zienswijze naar voren te brengen overeenkomstig artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Is de eigenaar of het niet eens met het voornemen dan mag hij overeenkomstig artikel 5 van dit protocol een gedragstest uit laten voeren, om aan te tonen dat zijn hond niet gevaarlijk is. Als hij een dergelijk gedragstest wil laten uitvoeren, dan geeft hij dat binnen de termijn van tien kalenderdagen aan de burgemeester aan. De burgemeester geeft de eigenaar of houder alsdan een aanvullende termijn waarbinnen het rapport van de gedragstest moet zijn ontvangen. De gemeente dient het rapport rechtstreeks van de toetsende instantie te ontvangen.
**3..** Het kort aanlijn- en muilkorfgebod geldt voor onbepaalde tijd. De eigenaar of houder mag na 2 jaar schriftelijk verzoeken om de maatregel op te heffen. De eigenaar of houder moet dit verzoek goed motiveren, waarbij hij ten minste met gedragstest als bedoeld in artikel 5 van dit protocol aannemelijk maakt dat de hond niet gevaarlijk is.
Artikel 3
Gevaarlijke hond
Onderdeel van Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Midden-Delfland