Naar hoofdinhoud
1. Het college verleent aan het dagelijks bestuur het mandaat voor de bevoegdheden en verplichtingen, zoals genoemd in de onderstaande artikelen van de Wet inburgering en het Besluit inburgering: Wet inburgering Artikel 6, derde lid (De inburgeringsplicht) Artikel 8, eerste lid (De onderwijsroute) Artikel 9, eerste lid (De zelfredzaamheidsroute) Artikel 14, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid (De brede intake) Artikel 15, eerste, tweede derde, vijfde en zesde lid (Het persoonlijk plan inburgering en participatie) Artikel 16, eerste, tweede en derde lid (Het inburgeringsaanbod voor asielstatushouders) Artikel 17, eerste tot en met vierde lid (Ondersteuning en begeleiding wijzigen leerroute) Artikel 22, eerste tot en met derde lid (Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht) Artikel 23, eerste lid (Boete tijdens het inburgeringstraject) Artikel 34, eerste lid (Gegevensverstrekking aan Onze Minister) Artikel 35, derde, vierde en vijfde lid (Gegevensverstrekking door het college) Besluit inburgering Artikel 2.8, vierde lid (Ontheffing bijzondere individuele omstandigheden) Artikel 3.1, eerste en vierde lid (Inhoud en vormgeving participatieverklaringstraject) Artikel 3.2, tweede lid (Inhoud en vormgeving module Arbeidsmarkt en Participatie) Artikel 3.14, eerste lid, tweede lid, onder c, en zevende lid (Inhoud en vormgeving zelfredzaamheidsroute) Artikel 5.2, eerste en tweede lid (Inhoud en verslaglegging brede intake) Artikel 5.3, eerste tot en met vijfde lid (Persoonlijk plan inburgering en participatie) Artikel 5.4, tweede lid (Termijn en gevolgen van wijzigen van leerroute) Artikel 7.1, zede lid (Hoogte boete bij niet meewerken tijdens inburgeringstraject) Artikel 7.2 (Hoogte boete bij niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht) Artikel 9.2, tweede lid en derde lid (Gegevensuitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de inburgeringsplicht) Artikel 9.3, tweede lid (Gegevensuitwisseling ten behoeve van het vaststellen en verlengen van de inburgeringstermijn) Artikel 9.6, vierde lid (Gegevensuitwisseling ten behoeve van de handhaving van de inburgeringsplicht) 2. Het mandaat omvat naast handhaven, tevens opleggen en het invorderen van boetes op grond van de Wet inburgering. 3. Het dagelijks bestuur te machtigen voor het volledig afhandelen van bezwaar, beroep en hoger beroep procedures en de daarbij behorende werkzaamheden in het kader van besluiten op grond van de Wet inburgering en het Besluit inburgering waartegen bezwaar en (hoger) beroep open staat. 4. Het dagelijks bestuur te machtigen om de bestuurlijke boete, die op grond van de Wet inburgering aan de inburgeraar is opgelegd, te verrekenen met de bijstandsuitkering. 5. Het dagelijks bestuur te machtigen om ook de bestuurlijke boete voor gezinsmigranten, die op grond van de Wet inburgering is opgelegd, in te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel