Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden van een aansluiting

Onderdeel van Rioolaansluitverordening Weert

1.. Aansluiting op het openbaar riool van het particulier riool (woning) of wijziging van een particuliere aansluiting bestaat uit een of twee buisleiding(en). De aansluitleiding voldoet aan de volgende voorwaarden: Bij twee leidingen worden deze aangebracht in één sleuf, middels open sleuftechniek zonder bronnering. Voor regenwater wordt een bruine en voor rioolwater een grijze afvoerpijp van PVC aangeboden. De leidingen zijn maximaal 40 cm uit elkaar gelegd. De vrijvervalaansluiting wordt gerealiseerd op een gemengd of (verbeterd) gescheiden rioolstelsel, niet zijnde een drukrioolstelsel. De leiding wordt op de perceelsgrens op maximaal 1 m onder maaiveld aangelegd. De leiding heeft een diameter kleiner of gelijk aan Ø 125 mm. De leiding wordt voorzien van een ontstoppingsstuk op minimaal 0,5 m en maximaal 1 m uit de erfgrens. Het ontstoppingsstuk wordt op particulier eigendom gerealiseerd. 2.. Aansluiting op het openbaar riool van het bedrijfsriool (niet-woning) of wijziging van een bedrijfsaansluiting bestaat uit een of twee buisleiding(en). De aansluitleiding voldoet aan de volgende voorwaarden: Bij twee leidingen worden deze aangebracht in één sleuf, middels open sleuftechniek zonder bronnering. Voor regenwater wordt een bruine en voor rioolwater een grijze afvoerpijp van PVC aangeboden. De leidingen zijn maximaal 40 cm uit elkaar gelegd. De vrijvervalaansluiting wordt gerealiseerd op een gemengd of (verbeterd) gescheiden rioolstelsel, niet zijnde een drukrioolstelsel. De leiding wordt op de perceelsgrens op maximaal 1 m onder maaiveld aangelegd. De leiding heeft een diameter kleiner of gelijk aan Ø 160 mm. De leiding wordt voorzien van een ontstoppingsstuk op minimaal 0,5 m en maximaal 1 m uit de erfgrens. Het ontstoppingsstuk op eigendom van het bedrijf wordt gerealiseerd; 3.. Bij aansluiting van het particulier riool (woning) of het bedrijfsriool (niet-woning) op een drukriolering of IBA geldt dat enkel het vuilwater hierop mag worden aangesloten. 4.. Voor aansluitingen die niet voldoen aan de criteria als bedoeld in het eerste en het tweede lid wordt in overleg met de aanvrager gekeken naar een passende oplossing.

Rechtspraak bij dit artikel