Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 9

Aflossingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering en verhaal 2025, Gemeente Berg en Dal

1.. Wanneer een inwoner een uitkering ontvangt, bedraagt de aflossingsverplichting 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ per maand inclusief vakantietoeslag. 2.. Wanneer een inwoner inkomen heeft boven bijstandsniveau, dan wordt er met de inwoner een betalingsregeling getroffen. Bij het vaststellen van de betalingsregeling worden de volgende factoren mee genomen: de hoogte van de vordering, de hoogte van het inkomen, of de vordering verwijtbaar is of niet en de termijn waarbinnen de inwoner de vordering gaat terugbetalen. Bij het vaststellen van de betalingsregeling wordt altijd rekening gehouden met de beslagvrije voet zoals genoemd in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 3.. Een inwoner die een Pw, IOAW of IOAZ uitkering heeft ontvangen, wordt, wat betreft de hoogte van de vast te stellen aflossingsverplichting, voor een periode van 12 maanden na beëindiging van de uitkering gelijk gesteld met een uitkeringsgerechtigde. 4.. Als de inwoner een uitkering ontvangt van de gemeente Berg en Dal, wordt de vordering elke maand met deze uitkering verrekend. De verrekening vindt plaats op grond van artikel 60 lid 3 Pw en artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek. 5.. Als de inwoner een uitkering van een andere gemeente, een uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een uitkering van de Sociale Verzekeringsbank ontvangt, wordt de vordering elke maand met deze uitkering verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van artikel 60a van de Participatiewet (pseudo-verrekening). 6.. Als de gemeente veroordeeld wordt tot het betalen van een proceskostenvergoeding dan kan de gemeente deze vergoeding verrekenen met de openstaande vordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel