In het kader van structureel begrotingsevenwicht worden reservemutaties in de gemeente-begroting in principe buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat tegenover structurele (kapitaal-)lasten structurele inkomsten staan. Uitzondering hierop binnen het BBV is de reserve ter dekking van kapitaallasten. De reden hiervoor ligt in het feit dat met het inzetten van de dekkingsreserve structureel, in ieder geval voor de looptijd (afschrijvingstermijn) van het betreffende actief, (delen van) de voortvloeiende afschrijvingslasten worden afgedekt binnen de begroting. Voorwaarde die in het BBV is gesteld is dat een dekking uit de reserve dekking afschrijvingslasten enkel mag plaatsvinden wanneer de reserveomvang gelijk is aan de totale afschrijvingslasten die voortvloeien uit de investeringen.
Wanneer dit niet het geval is, mag slechts naar rato dekking worden toegerekend, waarbij de afschrijvingstermijn van het actief gelijk moet blijven. Aan het einde van de looptijd heeft de raad opnieuw de keuzemogelijkheid om het actief te blijven exploiteren en op dat moment de dekking van de lasten te bepalen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.8
Beleid met betrekking tot de reserve dekking afschrijvingslasten.
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2024 – 2027 Gemeente Veere