Naar hoofdinhoud
1.. De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal (Doelgroep)Peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de Dagopvanggroep en Peuteropvanggroep. 2.. Het College stelt jaarlijks de maximaal subsidiabele uurprijs per Peuteropvangplaats en per VVE-plaats vast. 3.. Het College stelt jaarlijks de hoogte van de subsidie Vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm) VE vast. 4.. Het College stelt jaarlijks de hoogte van de VVE-vergoeding kwaliteit per VVE-plaats vast. 5.. De hoogte van de subsidie Taakuren bedraagt 25% van het uurprijs per Peuteropvangplaats of per VVE-plaats. 6.. Het College hanteert een subsidiebedrag maximaal tot het door het College vastgestelde als subsidiebedrag voor ouders met een Peuter zonder VVE-indicatie het door de Houder werkelijk gehanteerde uurtarief, doch maximaal tot het door het College vastgestelde maximum uurtarief. 7.. De subsidie wordt aan de Houder van de Dagopvanggroep en de Peuteropvanggroep verleend.

Rechtspraak bij dit artikel