Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Verordening participatie volwassenen Zwolle 2025

In deze verordening wordt verstaan onder: bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de wet, op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de wet, door het college vastgestelde verlaging en verminderd met de vakantietoeslag; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; inkomen: het maandbedrag aan inkomen van aanvrager en diens partner zoals bedoeld in artikel 32 van de wet, verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot dat inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet; partner: de persoon die, al of niet gehuwd, met de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; peilmaand: de maand voorafgaand aan de maand waarin aanvrager de subsidieaanvraag heeft ingediend; persoon met een beperking of chronische ziekte: de persoon die: een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; gebruik maakt van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) dan wel de Wet langdurige zorg (Wlz); of gebruik maakt van een geldige gehandicaptenparkeerkaart op grond van de Wegenverkeerswet; of naar het oordeel van het college ondersteuning nodig heeft om te participeren in de samenleving bijvoorbeeld doordat in het 3e achtereenvolgende jaar het verplichte eigen risico uit de Zorgverzekeringswet volledig is opmaakt; vermogen: het vermogen van aanvrager en partner zoals bedoeld in artikel 34 van de wet; wet: Participatiewet; zelfstandige: de aanvrager die voor de voorziening in het bestaan geheel of gedeeltelijk is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep en die de financiële risico’s daarover draagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel