Naar hoofdinhoud
1.. Om voor subsidie op grond van deze verordening in aanmerking te komen moet aanvrager, behalve het verrichten van de in artikel 4 genoemde activiteiten, voldoen aan de volgende criteria: aanvrager, de eventuele partner en eventuele kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit of zijn vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG; en aanvrager, de eventuele partner en de eventuele kinderen staan op hetzelfde adres ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Zwolle; en aanvrager en eventuele partner hebben in de peilmaand een inkomen dat niet hoger is dan 130% van de bijstandsnorm; en aanvrager en eventuele partner hebben in de peilmaand een vermogen dat niet hoger is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. 2.. Als door wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen van aanvrager en eventuele partner in de peilmaand hoger is dan 130% van de bijstandsnorm, dan wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen in de twaalf maanden voorafgaand aan de peilmaand. 3.. Als de aanvrager of eventuele partner in een inrichting als bedoeld in de wet verblijft wordt het inkomen verlaagd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde bijdrage in de verzorgingskosten. 4.. Als de aanvrager of eventuele partner is aan te merken als zelfstandige wordt uitgegaan van het inkomen over het boekjaar, voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is gedaan. 5.. Als aanvrager of eventuele partner in het bezit is van een eigen woning dan wordt de overwaarde van die woning niet als vermogen in aanmerking genomen. 6.. Als aan aanvrager in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag in het kader van deze verordening is ingediend door het college een tegemoetkoming is verstrekt op grond van een Zwolse gemeentelijke inkomensondersteunende voorziening, of vrijstelling is verleend op grond van Zwolse gemeentelijke belastingen, kan het college oordelen dat aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde inkomens- en vermogenscriteria is voldaan. 7.. Als de aanvrager en eventuele partner in het kader van een minnelijk of wettelijk schuldsaneringstraject een relatie heeft met de gemeentelijke schulddienstverlening en over niet meer inkomen beschikt dan het vrij te laten bedrag, kan het college, ongeacht de hoogte van het inkomen en het vermogen, oordelen dat aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde inkomens- en vermogenscriteria is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel