Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Financiële verordening Gemeente Heumen 2024

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd te schuiven binnen deze jaarschuiven als het totaal van het beschikbare investeringskrediet niet wordt overschreden. Voor investeringskredieten geldt een bestedingstermijn van drie jaar, gerekend vanaf 1 januari van het begrotingsjaar waarin het investeringskrediet beschikbaar is gesteld, tenzij de raad bij de vaststelling van het krediet gemotiveerd anders bepaalt. Bij het verstrijken van deze termijn vervalt het niet-bestede deel van het krediet bij de jaarstukken, tenzij een verlenging is goedgekeurd door de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel