Een ieder kan melding doen van een vermoeden van integriteitsschending door een politieke ambtsdrager.
De melding wordt bij de burgemeester gedaan.
Anonieme meldingen worden in beginsel niet behandeld.
Nadat de burgemeester is geïnformeerd over het vermoeden van een integriteitsschending begaan door een politieke ambtsdrager, bevestigt hij de ontvangst van de melding schriftelijk aan de melder.
Nadat de ontvangst van de melding is bevestigd, onderzoekt de burgemeester ambtshalve de melding tegen de achtergrond van de vraag of zij zodanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 4 noodzakelijk is. Over de vraag naar de concreetheid en ernst van de melding kan de burgemeester zich laten adviseren.
Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk binnen een redelijke termijn in kennis gesteld.
Indien de burgemeester op grond van de bevindingen vaststelt dat de melding voldoende concreet en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij een vooronderzoek als bedoeld in artikel 4 in te stellen.
Meldingen over de burgemeester worden behandeld door de locoburgemeester. Deze treedt in de plaats van de burgemeester bij de behandeling van de melding.
HOOFDSTUK
Artikel 3
Melding
Onderdeel van Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur