Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4

Ernstige situatie

Onderdeel van Damoclesbeleid gemeente Veendam 2025

Uit de parlementaire geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet, evenals de jurisprudentie komt naar voren dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van een woning dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Dit geldt niet wanneer er sprake is van een ‘ernstige situatie’. Bij een ernstige situatie is volgens deze beleidsregels de noodzaak tot sluiting gegeven. Van een ernstige situatie is in ieder geval sprake als één of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming. •. De hoeveelheid aangetroffen drugs en de kwalificatie daarvan (lijst I, IA of II). Bij harddrugs geldt dat er sprake is van een ernstige situatie als tenminste 5 gram of 5 milliliter (of voor zover dit de 5 gram of 5 milliliter niet overschrijdt, 10 pillen, 10 ampullen, 10 bolletjes of 10 wikkels) wordt aangetroffen. Bij softdrugs wordt een ernstige situatie aangenomen bij minimaal 30 gram; •. Een combinatie van handelshoeveelheden soft- en harddrugs. Wordt er een combinatie van meer dan 2,5 gram/2,5 milliliter harddrugs én meer dan 15 gram softdrugs aangetroffen, dan is sprake van een ernstige situatie; •. Mate van professionaliteit of georganiseerdheid (thuisteler versus georganiseerd crimineel netwerk); •. Samenloop met andere delicten (o.a. bedreiging, mishandeling, geweld, verboden wapenbezit); •. De aard van de stoffen of goederen (hierbij kan gedacht worden aan het aanwezig zijn van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen welke niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs; •. Herhaaldelijkheid of recidive; •. De mate waarin het pand bekend staat als drugspand; •. De aannemelijkheid dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt; •. Mate van overlast voor de woonomgeving of de spanning op het woon- of leefklimaat ter plaatse; •. Mate van nabijheid van voorzieningen voor jongeren of de mate van aantrekking op jongeren als bijzonder te beschermen doelgroep; •. Mate van brandgevaar of ander dreigend risico voor de woonomgeving; •. Mate van verwijtbaarheid en betrokkenheid van andere bewoners en de daarvan af te leiden bescherming die dat vergt; •. De vraag of sprake is van (mogelijke) mensenhandel/arbeidsuitbuiting; •. Er is sprake van overlast vanuit de woning, waaronder gewelds- en openbare orde delicten in of rond de woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel