Het besluit op een aanvraag voor een omgevingsvergunning is een schadeveroorzakend besluit zoals
omschreven in artikel 15.1, eerste lid Omgevingswet. Een omgevingsvergunning kan dus een grondslag zijn voor nadeelcompensatie. Wanneer toepassing van de beleidsregels leidt tot grote waardevermindering van omliggende bebouwing boven het normaal maatschappelijk risico zal een nadeelcompensatieovereenkomst gesloten moeten worden.
De onderhavige beleidsregels zijn hoofdzakelijk bedoeld voor geringe afwijkingen van het omgevingsplan. Deze afwijkingen hebben normaliter geen nadelige invloed op de omgeving zodat er geen sprake is van vergoedbare schade (nadeelcompensatie). Het sluiten van een nadeelcompensatieovereenkomst doen we daarom in principe niet tenzij dit expliciet is opgenomen in de voorwaarden bij het toe te passen artikel voor de afwijking.
Indien het sluiten van een nadeelcompensatieovereenkomst noodzakelijk is zullen wij deze sluiten met de initiatiefnemer van het bouwplan. Middels deze overeenkomst, opgesteld door de gemeente, verklaart de initiatiefnemer de schadevergoeding die voortvloeit uit nadeel voor één of meer belanghebbenden en de daarmee samenhangende kosten voor zijn of haar rekening te nemen.
Een nadeelcompensatieovereenkomst behoort niet tot de aanvraagvereisten conform de Omgevingsregeling. Het in behandeling nemen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning is niet onderhavig aan de gemeentelijke wens van een getekende nadeelcompensatieovereenkomst. Het is dus zeer belangrijk dat er spoedig een nadeelcompensatie-overeenkomst opgesteld wordt, na binnenkomst van de aanvraag. In de situatie dat de noodzakelijke nadeelcompensatieovereenkomst niet gesloten wordt, vanuit welke reden dan ook, wordt op basis van deze beleidsregels geen medewerking verleend. Deze beleidsregels zijn immers gebaseerd op een bevoegdheid.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Nadeelcompensatie (planschade)
Onderdeel van Beleidsregel ‘Planologische buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan Oirschot (Bopa)’