Naar hoofdinhoud

Artikel 15:

Gedragingen in het aangepast vervoer

Onderdeel van Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Beekdaelen 2025

15.1. Ongewenst gedrag Een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzegd worden indien bij herhaling is gebleken dat de leerling (of diens ouders) door onaanvaardbaar wangedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt. Hierbij worden de volgende stappen ondernomen: Klachten worden in beginsel door de vervoerder opgelost. Ouders moeten hun kinderen instrueren zich zo te gedragen dat tijdens het vervoer geen ongeregeldheden ontstaan. Als er sprake is van onaanvaardbaar gedrag of onveilige situatie en er geen verbetering optreedt maakt de vervoerder hiervan schriftelijke melding bij de gemeente, waarbij wordt aangegeven op welke momenten de vervoerder contact heeft gehad met ouders. Na de melding van een klacht door de vervoerder bij de gemeente wordt een onderzoek opgestart. In het kader van dat onderzoek spreekt de contactpersoon van de gemeente met vervoerder, uitvoerende chauffeur, ouders en/of school. Indien na het onderzoek blijkt dat sprake is van verwijtbaar onaanvaardbaar wangedrag van de leerling (of diens ouders) volgt een persoonlijk gesprek met ouders en eventueel de leerling en een waarschuwingsbrief aan de ouders. Er volgt een schorsing van 1 dag. Indien blijkt dat het voorval terug te voeren is op de ernstige beperking van de leerling, en dus aan de leerling niet is aan te rekenen, dan wordt met de vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijvoorbeeld begeleiding in het aangepaste vervoer, openbaar vervoer (eventueel met begeleiding) of eigen vervoer). Bij een volgende klacht wordt stap twee herhaald en volgt een persoonlijk gesprek met ouders en eventueel de leerling en een tweede waarschuwingsbrief. Daarbij dienen de ouders meteen gewaarschuwd te worden dat de gemeente het vervoer stopzet wanneer dit gedrag blijft plaatsvinden. Er volgt een schorsing van 1 week. Leerrecht wordt hierbij betrokken. Bij een volgende klacht volgt een derde gesprek en een brief met totale uitsluiting van het vervoer tot het eind van het schooljaar met een minimum van drie maanden exclusief vakanties (een schorsing aan het eind van het schooljaar kan dus doorlopen in het nieuwe schooljaar). Leerrecht wordt hierbij betrokken. Bij wapenbezit, geweld, bedreiging, vernieling of zeer onveilig gedrag bestaat de mogelijkheid om per direct te schorsen. 15.2. Loosmeldingen Op de heenrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien een leerling niet aanwezig is op het ophaaladres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. Op de terugrit: de chauffeur stelt de centrale in kennis indien er niemand aanwezig is op het afzetadres. De centrale probeert contact op te nemen met de ouders om te informeren naar de situatie. De leerling blijft in het voertuig en de chauffeur rijdt aan het einde van de route nogmaals langs het afzetadres en blijft daar wachten totdat een ouder/ iemand uit het netwerk gearriveerd is. Bij loosmeldingen, wordt de gemeente geïnformeerd en volgt bij een herhaalde loosmeldingen vanuit de gemeente een gesprek met ouders en afhankelijk van de situatie een waarschuwingsbrief. Indien de waarschuwing niet helpt wordt dit gezien als wangedrag met eventueel een schorsing voor 1 of meerdere dagen afhankelijk van het aantal loosmeldingen. Leerrecht wordt hierbij betrokken

Rechtspraak bij dit artikel