Toegang tot de programmabroncode behoort te worden beperkt zodat introductie van onbevoegde functionaliteit en onbedoelde wijzigingen te voorkomen, alsmede om de vertrouwelijkheid van waardevolle intellectuele eigendom te handhaven. Dit wordt bereikt door de code gecontroleerd centraal op te slaan, waarbij het volgende in acht wordt genomen:
Broncodebibliotheken worden niet in operationele systemen opgeslagen;
De programmabroncode en de broncodebibliotheek worden beheerd in overeenstemming met de vastgestelde procedures;
Ondersteunend personeel heeft geen onbeperkte toegang tot broncodebibliotheken;
Het updaten van broncodebibliotheken en samenhangende items en het verstrekken van broncodes aan programmeurs vindt alleen plaats na ontvangst van een passende autorisatie;
Programma-uitdraaien worden in een beveiligde omgeving bewaard;
Van elke toegang tot broncodebibliotheken wordt een auditlogbestand bijgehouden;
Onderhouden en kopiëren van broncodebibliotheken worden aan strike procedures voor wijzigingsbeheer te worden onderworpen.
Referentie: BIO versie 1.04zv beheersmaatregel 9.4.5.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.4.
Artikel 7.4.5.
Toegangsbeveiliging op programmabroncode
Onderdeel van Informatiebeveiligingsbeleid 2024-2027