Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9. › Paragraaf 9.2.

Artikel 9.2.4.

Onderhoud apparatuur

Onderdeel van Informatiebeveiligingsbeleid 2024-2027

Apparatuur wordt correct onderhouden om de beschikbaarheid en integriteit ervan te waarborgen. Fysieke apparatuur Bij het onderhouden van fysieke apparatuur wordt het volgende in acht genomen: Apparatuur wordt onderhouden volgens de door de leverancier aanbevolen intervallen voor servicebeurten en voorschriften; Reparaties en onderhoudsbeurten aan apparatuur worden alleen uitgevoerd door bevoegd onderhoudspersoneel; Reparaties van en onderhoud aan apparatuur (hardware) worden op locatie en door bevoegd personeel uitgevoerd, tenzij er geen data (meer) op het apparaat aanwezig is (zie paragraaf 9.2.7); Van alle vermeende en daadwerkelijke fouten en van al het preventieve en correctieve onderhoud worden op een centrale plek registraties bijgehouden; Voldaan wordt aan alle onderhoudseisen die door verzekeringspolissen zijn opgelegd; Voordat apparatuur na onderhoud weer in bedrijf wordt gesteld, wordt een inspectie uitgevoerd om te waarborgen dat niet met de apparatuur geknoeid is en dat deze voldoende functioneert. Onderhoud van software op apparatuur Wanneer de apparatuur software bevat wordt het volgende in acht genomen: Voor software is een updatebeleid van kracht waarin wordt aangegeven: Hoe ver software mag achterlopen op de meest recente versie. Hoe software bijgewerkt dient te worden. Hoe men controleert dat deze tijdig bijgewerkt is. Hoe de verantwoordelijkheden ten aanzien van updates zijn belegt. Onderhoud van servers In het kader van het onderhoud van servers zijn de volgende aanvullende eisen van kracht: Voor onderhoud vanuit interne of externe locaties worden passende maatregelen getroffen; Voordat servers na onderhoud weer in bedrijf worden gesteld, vindt een inspectie plaats om te waarborgen dat niet is geknoeid met de server en dat deze nog steeds of weer goed functioneert. Referentie: BIO versie 1.04zv beheersmaatregel 11.2.4.

Rechtspraak bij dit artikel