Gebruikers dienen ervoor te zorgen dat apparatuur te allen tijde voldoende beschermd is. Alle gebruikers dienen op de hoogte te worden gebracht van de beveiligingseisen en de procedures voor het beschermen van onbeheerde apparatuur, en van hun verantwoordelijkheden voor het implementeren van die bescherming. Gebruikers dienen geïnformeerd te worden dat zij:
Apparatuur niet onbeheerd achterlaten;
Actieve sessies na beëindiging afsluiten, tenzij de sessies kunnen worden beveiligd door een geschikte vergrendeling;
Uitloggen uit toepassingen of netwerkdiensten die niet langer nodig zijn;
Computers of mobiele apparatuur beveiligd worden tegen onbevoegd gebruik door middel van toets vergrendeling of toegang via wachtwoord, als de apparatuur niet in gebruik is.
Referentie: BIO versie 1.04zv beheersmaatregel 11.2.8.
Hoofdstuk 9. › Paragraaf 9.2.
Artikel 9.2.8.
Onbeheerde gebruiksapparatuur
Onderdeel van Informatiebeveiligingsbeleid 2024-2027