Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.

Uitgangspunten

Onderdeel van Leidraad Invordering 2025

Invordering moet doelmatig en efficiënt zijn. Belangrijke indicatoren hiervoor zijn: snel, eenvoudig, tegen zo laag mogelijke kosten en een hoog rendement. De medewerker(s) belasten met de invordering moet(en) bij het invorderen van de vorderingen zorgvuldig, objectief, tactvol en correct handelen. De Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur gelden daarbij als uitgangspunt. Dit geldt in het bijzonder voor de volgende beginselen: Gelijkheidsbeginsel: soortgelijke gevallen dienen soortgelijk te worden behandeld; Met inachtneming van het geldende terug- en invorderingsbeleid Rechtszekerheidsbeginsel: als het vertrouwen van de debiteur in een invorderingskwestie (terecht) wordt opgewekt, wordt dat vertrouwen gehonoreerd; Zorgvuldigheidsbeginsel: de wettelijke toegekende invorderingsbevoegdheden worden gebruikt overeenkomstig hun bedoeling. Motiveringsbeginsel: handelingen of besluiten dienen goed te worden gemotiveerd, zodat de debiteur of derde, kennis kan nemen van de beweegredenen en zich tegen de (voorgenomen) handelingen of besluiten kan verweren.

Rechtspraak bij dit artikel