ONDERDEEL 1.WONING MET DE FUNCTIE “WONEN” &BEDRIJFSWONING MET DE FUNCTIE “BEDRIJF”
Voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning met de functie “Wonen” of bij een bedrijfswoning met de functie “Bedrijf”, gelden de volgende voorwaarden aanvullend op de mogelijkheden van het onderdeel van het (tijdelijk deel van het) Omgevingsplan:
de goothoogte mag niet hoger zijn dan 3,35 m;
de bouwhoogte mag niet hoger zijn dan 5,00 m;
de grond achter het bouwvlak mag voor maximaal 50% worden bebouwd;
voor percelen met de functie “Wonen” geldt, afhankelijk van de grootte van het perceel:
voor gronden die worden gebruikt ten behoeve van de bedrijfswoning binnen de functie “Bedrijf” geldt, afhankelijk van de grootte van het perceel: 1 Voor een voorbeeld van het aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken dat is toegestaan bij een bedrijfswoning met de functie “Bedrijf”, wordt verwezen naar Voorbeeld 1 in de bijlagen.
Grootte perceel
Aanvullende bouwmogelijkheden
< 200 m2
Geen aanvullende bouwmogelijkheden.
200 tot 600 m2
Het bebouwd oppervlak aan bijbehorende bouwwerken, zowel vergunningsvrij als vergunningplichtig, mag niet meer dan 100 m2 buiten het bouwvlak of buiten de gronden onder de oorspronkelijke bedrijfswoning zijn.
600 tot 1200 m2
Het bebouwd oppervlak aan bijbehorende bouwwerken, zowel vergunningsvrij als vergunningplichtig, mag niet meer dan 120 m2 buiten het bouwvlak of buiten de gronden onder de oorspronkelijke bedrijfswoning zijn.
> 1200 m2
Het bebouwd oppervlak aan bijbehorende bouwwerken, zowel vergunningsvrij als vergunningplichtig, mag niet meer dan 10% van de oppervlakte van de percelen met de functies "Wonen" en "Tuin" buiten het bouwvlak zijn, met een maximum van 200 m². Voor de gronden die worden gebruikt ten behoeve van de bedrijfswoning binnen de functie "Bedrijf" geldt hetzelfde, met een maximum van 200 m² buiten de gronden onder de oorspronkelijke bedrijfswoning.
DE (BEDRIJFS)WONING WORDT GESPLITST
Indien een (bedrijfs)woning middels een Bopa wordt gesplitst, worden de regels in onderdeel 1 en 3 uit dit artikel (artikel 3) toegepast alsof er sprake is van één (bedrijfs)woning. De verdeling wordt gebaseerd op het percentage van de verdeling van het perceel.2 Voor een voorbeeld van de verdeling van het aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken dat is toegestaan bij het splitsen van een (bedrijfs)woning, wordt verwezen naar Voorbeeld 2 in de bijlagen. Bij splitsing in het buitengebied moet ook worden voldaan aan het beleidskader ‘Afsplitsen bedrijfswoningen buitengebied gemeente Cranendonck’ of zijn opvolger.
ONDERDEEL 2.GEBOUW ANDERS DAN EEN (BEDRIJFS)WONING
Voor een bijbehorend bouwwerk bij een gebouw anders dan bedoeld in onderdeel 1, gelden de volgende voorwaarden aanvullend op de mogelijkheden van het onderdeel van het (tijdelijk deel van het) Omgevingsplan:
de goothoogte van het bijbehorende bouwwerk wordt niet hoger dan de goothoogte van het hoofdgebouw;
de bouwhoogte van het bijbehorende bouwwerk wordt niet hoger dan het hoofdgebouw;
de grond achter de achtergevellijn is niet meer dan 50% bebouwd met vergunningsvrije, dan wel vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken.
In afwijking van het bepaalde onder c: binnen de functie “Centrum -1” geldt dat de grond achter de achtergevellijn voor meer dan 50% bebouwd mag zijn met vergunningsvrije, dan wel vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken, mits:
voor de locatie een functie “Centrum -1” geldt;
de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om op de locatie tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte;
de gevraagde ontwikkeling passend is binnen het centrum; en
de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig wordt aangetast.
HOOFDSTUK 2 › PARAGRAAF 2.2
Artikel 3.3:
Binnen de bebouwde kom
Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten bouwregels 2025