Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleid doelgroepen betaalbare woningbouw Leiderdorp 2025

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Betaalbare koopwoning: koopwoning, inclusief keuken en badkamer, met een vrij-op-naamprijs van ten hoogste € 390.000 (prijspeil 2024), waarbij de instandhouding voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 390.000 wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex; College: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Leiderdorp; CPI: Consumentenprijsindex alle huishoudens van het CBS; DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; DAEB-woningen: (DAEB: Diensten van algemeen economisch beland) gereguleerde huurwoningen die onder de liberalisatiegrens vallen of een gereguleerd contract hebben. Ze zijn onderdeel van de sociale volkshuisvesting en worden vooral toegewezen aan mensen met een laag inkomen. Domotica: woninggebonden technologische toepassing ter ondersteuning van het langer zelfstandig blijven wonen van senioren en gehandicapten, die het woongemak en -veiligheid verhogen en het zorgverlenen vergemakkelijken. Goedkopekoopwoning: koopwoning, inclusief keuken en badkamer, met een vrij-op-naamprijs tot € 280.000 (prijspeil 2024), waarbij de instandhouding voor ten minste 10 jaar na ingebruikname is verzekerd. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 280.000 wordt elk kalenderjaar geïndexeerd aan de hand van de gemiddelde CAO loonstijging, tenzij een andere manier van indexatie wordt aangegeven vanuit het Rijk, dan houden we de Rijksmethode aan. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren. Huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in afdeling 2.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ wordt gelezen: ‘huurder’. Huisvestingsvergunning: een vergunning welke aangevraagd moet worden voor het bewonen van een sociale huurwoning of een woning in het middensegment; Huisvestingsverordening: de vigerende huisvestingsverordening van de regio Holland Rijnland en indien van toepassing de vigerende ’Huisvestingsverordening Leiderdorp. Huurprijsgrens: jaarlijks te indexeren maximale huurprijs (€ 879,66 per maand, prijspeil 2024) waarboven men niet meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13, lid 1 sub a en lid 4 juncto artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag. Inkomensgrens: de grens zoals bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting. Middeldurehuurwoning: woning met een aanvangshuurprijs hoger dan de jaarlijks te indexeren huurprijsgrens € 879,66 per maand, prijspeil 2024) en niet meer dan de maximale huurprijsgrens die hoort bij 186 punten van het Woningwaarderingsstelsel (WWS) (berekend aan de hand van ‘Bijlage I. bij het Besluit huurprijzen woonruimte’), met dien verstande dat de instandhouding in deze regeling ten minste 20 jaar na ingebruikname is verzekerd. Middensegment: middeldure huurwoningen, sociale, goedkope en betaalbare koopwoningen. Particuliereverhuurder: iedere huisvester (verhuurder) van een sociale woning niet zijnde een toegelaten instelling c.q. wooncorporatie. Seniorenwoningen: sociale huurwoningen van minimaal 65 m2 GBO die zonder trappen van buitenaf bereikbaar zijn en waarbij de primaire ruimtes (de keuken, het sanitair, de woonkamer en minimaal één slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden. Deze woningen kunnen specifiek toegewezen worden aan de doelgroep 65+ers. Socialehuurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. Socialekoopwoning: een koopwoning, inclusief keuken en badkamer, met een vrij-op-naamprijs van ten hoogste € 220.000 (gemeentelijke koopprijsgrens 2024). De (sociale) koopprijsgrens wordt jaarlijks geïndexeerd door het college. Het uitgangspunt hierbij is een m2-prijs van maximaal € 4.000 (prijspeil 2024). Vereveningsfonds: geoormerkte gelden in de reserve ‘bouw en grondexploitatie’ om sociale woningbouw te stimuleren. Woning: zelfstandig of onzelfstandige woonruimte. Woningengeschiktvoorsenioren: middeldure huurwoningen of goedkope of betaalbare koopwoningen van minimaal 65 m2 GBO die zonder trappen van buitenaf bereikbaar zijn en waarbij de primaire ruimtes (de keuken, het sanitair, de woonkamer en minimaal één slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden. Woonruimteverdeelsysteem: systeem van voorzieningen, regels en normen aan de hand waarvan wordt bepaald in welke volgorde woningzoekenden, die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt voor aangeboden woonruimte, voor de huur van die woonruimte in aanmerking komen (https://www.hureninhollandrijnland.nl/).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel