Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Prijs-/oppervlakteverhouding

Onderdeel van Beleid doelgroepen betaalbare woningbouw Leiderdorp 2025

Ten aanzien van de prijs en kwaliteit van sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en goedkope en betaalbare koopwoningen is verplicht om de onderstaande prijs-/kwaliteitsverhouding toe te passen: Een sociale huurwoning tot de kwaliteitskortingsgrens (€ 454,47 per maand, prijspeil 2024), als bedoeld in art. 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, dient een woonoppervlakte van ten minste 30 m2 GBO te hebben. Een sociale huurwoning tot de 1e aftoppingsgrens (€ 650,43 per maand, prijspeil 2024, bestemd voor 1/2 persoonshuishoudens), als bedoeld in art. 20, tweede lid, onder a van de Wet op de huurtoeslag, dient een woonoppervlakte van ten minste 45 m2 GBO te hebben. Een sociale huurwoning tot de 2e aftoppingsgrens (€ 697,07 per maand, prijspeil 2024, bestemd voor huishoudens van drie of meer personen), als bedoeld in art. 20, tweede lid, onder b, van de Wet op de huurtoeslag, dient een woonoppervlakte van ten minste 50 m2 GBO te hebben. Een sociale huurwoning boven de 2e aftoppingsgrens tot de grens, bedoeld in art. 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag (€ 879,66 per maand, prijspeil 2024) dient een woonoppervlakte van ten minste 50 m2 GBO te hebben. De gebruiksoppervlakte (GBO) van een middeldure huurwoning bedraagt minimaal 55 m2. Een sociale koopwoning heeft oppervlakte van tenminste 55 m2 GBO. Een goedkope koopwoning heeft een oppervlakte van ten minste 60 m2 GBO. Een betaalbare koopwoning heeft een oppervlakte van ten minste 65 m2 GBO. De woningen als bedoeld in dit artikel zijn zelfstandige woningen en hebben tenminste 2 kamers. Afwijken van de ondergrens via een maatwerkafspraak is alleen mogelijk als dit in lijn ligt met het gemeentelijk woonbeleid en/of woonzorgvisie (bijv. een afwijkend product voor studenten of bijzondere doelgroepen) en als de prijs/oppervlakte-verhouding redelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel