De ingediende subsidieaanvragen worden beoordeeld op grond van de mate waarin de aanvragende organisatie op de volgende onderdelen in gaat:
De wijze waarop vorm wordt gegeven aan het bemoeizorgtraject en de aanpak/methodiek om vertrouwen te winnen bij de doelgroep;
De snelheid en flexibiliteit van inzet;
Specifieke expertise/doelgroep (bijvoorbeeld verslavingszorg, GGZ, woonbegeleiding);
Professioneel netwerk van organisaties voor zorg- en begeleiding zowel binnen als buiten de kring van bemoeizorgorganisaties. Hieronder valt aantoonbare samenwerking met andere organisaties, waaronder deelname aan het Overleg Bemoeizorg en de bereidheid samen te werken dan wel af te stemmen rond casuïstiek. Hierbij wordt aangegeven in hoeverre de aanvragende organisatie onderdeel uitmaakt van een samenhangend aanbod c.q. netwerk van bemoeizorg waarin alle partijen elkaar aanvullen en optimaal met het sociaal domein samenwerken;
Onderbouwing van de kwaliteit van de uit te voeren bemoeizorg, zie artikel 6:6, eerste lid onder a. Uit de onderbouwing blijkt onder meer dat de inzet van personeel in verhouding is tot de betreffende bemoeizorginterventie;
De wijze van afstemming met gemeente (afdeling WIJZ) over mogelijke inzet maatwerkvoorziening;
De hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in relatie tot de te verrichten activiteiten;
Eventuele relatie tot en eventuele samenloop met overige externe financieringsbronnen, zoals van de lokale overheid, Rijksoverheid of een subsidieverlener;
De verwachting van het aantal bemoeizorgtrajecten voor het komend jaar op basis van het aantal trajecten in het lopende en het voorgaande subsidiejaar;
Een financiële onderbouwing, die aansluit op de in te zetten bemoeizorg en inzicht geeft in de wijze waarop het tarief is opgebouwd.
Hoofdstuk 6:
Artikel 6:8
Beoordeling
Onderdeel van Subsidieregeling Fysiek en mentaal fit Leidschendam-Voorburg 2026